De overheid dient de regels nadrukkelijk te handhaven.
Critici vragen zich af of de wet gehandhaafd zal worden.
Britse regels zullen niet te handhaven zijn buiten het Verenigd Koninkrijk.
De rechter heeft een boete voor wildplassen gehandhaafd in een zaak die afgelopen weken nationale belangstelling kreeg.
Deze wetten laten zich echter moeilijk handhaven in het uitgestrekte land.
Het leger is ingeschakeld om de orde in het gebied te handhaven.
De grondwet blijft gehandhaafd, de wetten worden nageleefd.
Ik handhaafde de orde door football te spelen met lastige jongens.
De kwaliteit wordt onverkort gehandhaafd, het publiek blijft komen, de sponsors haken niet af.
Tot die tijd blijft de voorlopige schorsing gehandhaafd.
Vraag is of hij zijn positie zal kunnen handhaven.
Ze eisten van de wethouder van vervoer dat de wet werd gehandhaafd.
Wie veel sport heeft minder moeite om een lager gewicht te handhaven.
Hoe deze regel in de praktijk gehandhaafd moet worden, is onduidelijk.
Binnen korte tijd zouden alle internetproviders het verbod moeten handhaven.
Hij zegt dan dat hij de wet niet meer handhaaft.
Wetten, die niet gehandhaafd worden zijn lege hulzen.
Ben je als arts te handhaven na een straf wegens poging tot moord op je vrouw?
Al is de vraag of dat verbod te handhaven valt.
Maar in de praktijk zijn die regels lastig te handhaven.
Omdat de regels niet of nauwelijks te handhaven zouden zijn.
Zo'n regel zou moeilijk te handhaven zijn, schrijft de minister.
Er komen extra inspecteurs om de bestaande wet te handhaven.
Het is voor de staat altijd belangrijk de orde te handhaven.
Er zou te streng gehandhaafd worden op te veel regels.
subject
Wie of wat (...)?
substantief
bedrijf
gemeente
kabinet
land
minister
overheid
politie
regering
stad
object
Wie of wat (...) men of wordt (...)?
substantief
bepaling
Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?
adverbium
consequent
daadwerkelijk
effectief
eigenlijk
gewoon
goed
lastig
makkelijk
moeilijk
nadrukkelijk
(6 meer)predicatieve aanvulling
prepositiegroep of conjunctiegroep
als
verbum auxiliare of groepsvormend verbum
Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij handhaven?
blijven
gaan
helpen
kunnen
laten
moeten
mogen
willen
zullen
en/of
Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met handhaven?
versterken
- subject
- object
- verbum finitum
- zich
- predicatieve aanvulling
- bepaling
- voorzetselobject
- verbale aanvulling
- 1iemand handhaaft iets
- justitie
- Politie en justitie handhaven de wet en dus ook de Opiumwet .
- overheid
- Ook wil ze bij de rechter afdwingen dat de overheid de wet handhaaft .
- politie
- Politie en justitie handhaven de wet en dus ook de Opiumwet .
- maatregel
- Dagelijks wordt aan de hand van gegevens over de kapitaalvlucht beoordeeld of het nog nodig is de maatregelen te handhaven .
- norm
- De verantwoordelijkheid om de normen te handhaven ligt bij de soevereine staten .
- orde
- De politie moet de openbare orde handhaven .
- recht
- De gemeente dient het recht te handhaven .
- regel
- De overheid dient de regels nadrukkelijk te handhaven .
- veiligheid
- Deze richtlijnen zijn er op gericht de openbare orde en veiligheid te handhaven en de gezondheidsrisico' s te beperken .
- verbod
- De enkelband diende om dat verbod te handhaven .
- vrede
- De ruim tienduizend blauwhelmen van de Verenigde Naties zijn niet in staat gebleken de broze vrede te handhaven .
- wapenembargo
- De EU handhaaft het wapenembargo .
- wet
- Wat de overheid wél moet doen is wetten maken én handhaven .
iemand zorgt ervoor dat wetten en regels nageleefd worden en dat de (openbare) orde niet geschonden wordt- Politie en justitie handhaven de wet en dus ook de Opiumwet .
- (meer voorbeelden)
vaak in passieve constructie. - 2iemand handhaaft op iets
- op
- Ik zou dus zeggen : geef gemeentelijke opsporingsambtenaren de structurele bevoegdheid om te handhaven op dierenwelzijn en laat de politie boeven vangen .
- Zij dreigt te ‘ handhaven ’ op de zogeheten Treeknorm .
iemand handhaaft de orde of de wet (met betrekking tot iets)- De gemeente moet handhaven maar moet daar ook duidelijk over communiceren .
- (meer voorbeelden)
met geïmpliceerd object. - 3iemand handhaaft iets
- evenwicht
- Na enige oefening zal het mogelijk zijn het hierboven beschreven evenwicht te handhaven .
- gezag
- De onbewapende bewakers hebben steeds vaker problemen om hun gezag te handhaven .
- kwaliteit
- De kwaliteit wordt onverkort gehandhaafd , het publiek blijft komen , de sponsors haken niet af .
- niveau
- Vooral vond hij het moeilijk om niveau te handhaven en toch objectief te blijven .
- positie
- Vraag is of hij zijn positie zal kunnen handhaven .
- situatie
- Het ministerie wil die situatie handhaven .
- status quo
- Misschien wil men de status quo handhaven omdat dat de makkelijkste weg is .
- systeem
- Scholen die de systemen willen handhaven mogen dat doen .
- traditie
- De antieke tradities worden gehandhaafd .
- verwachting
- Het bedrijf handhaaft de verwachting voor heel 2017 .
iemand zorgt ervoor dat iets blijft zoals het is- We willen onze sterke positie op kapitaalmarkten handhaven .
- (meer voorbeelden)
vaak in passieve constructie. - 4iemand of iets handhaaft zichiemand of iets of een dier blijft bestaan of houdt zich staande
- De mens heeft geleerd zich in allerlei milieus te handhaven .
- (meer voorbeelden)
- 5iemand handhaaft iemand als iemand
- als
- In het clubbelang is besloten hem te handhaven als voorzitter .
iemand stuurt iemand niet weg, maar houdt iemand aan (als)- In het clubbelang is besloten hem te handhaven als voorzitter .
- (meer voorbeelden)
Nederlandse term: onderwerp. Van wie of wat gaat de handeling of werking van het verbum uit? Het gaat hier om zogenaamde semantische of logische subjecten bij het hoofdwerkwoord. Vaak valt het semantische subject samen met het grammaticale subject (het subject van de zin), maar dat is zeker niet altijd het geval. In passieve zinnen kan het semantische subject uitgedrukt zijn in een door-bepaling. Ook in andere zinnen met een hulpwerkwoord en een hoofdwerkwoord hoort het semantische subject bij het hoofdwerkwoord. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld door de arts (passieve zin)de kunstenaar werkt in alle rust
vs.
de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken.
De arts is in de passieve zin niet meer het grammaticale subject van de zin. Dat is nu de patiënt bij wordt/zijn. De arts is wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen uitoefent en blijft van dat verbum het zogenaamde logische of semantische subject. De hele door-bepaling door de arts wordt in Nederlandse grammatica’s ook wel het handelend voorwerp genoemd. In de zin de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken is de kunstenaar het grammaticale subject bij wil, maar het semantische subject bij werken.
Nederlandse term: lijdend voorwerp. Wie of wat ondergaat de handeling of werking van het verbum? In Woordcombinaties geven we de zogenaamde semantische of logische objecten bij het hoofdwerkwoord. In passieve zinnen verschijnt dat semantische of logische object als grammaticaal subject (zinssubject) van worden of zijn. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (object in actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld (door de arts) (grammaticaal subject in passieve zin)
De patiënt is in de passieve zin wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen ondergaat en blijft het zogenaamde logische of semantische direct object van dat verbum.
Nederlandse term: onderwerp. Van wie of wat gaat de handeling of werking van het verbum uit? In de relatie 'subject bij' is het trefwoord het zogenaamde semantische of logische subject bij een hoofdwerkwoord. Vaak valt het semantische subject samen met het grammaticale subject (het subject van de zin), maar dat is zeker niet altijd het geval. In passieve zinnen kan het semantische subject uitgedrukt zijn in een door-bepaling. Ook in andere zinnen met een hulpwerkwoord en een hoofdwerkwoord hoort het semantische subject bij het hoofdwerkwoord. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld door de arts (passieve zin)de kunstenaar werkt in alle rust
vs.
de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken.
De arts is in de passieve zin niet meer het grammaticale subject van de zin. Dat is nu de patiënt bij wordt/zijn. De arts is wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen uitoefent en blijft van dat verbum het zogenaamde logische of semantische subject. De hele door-bepaling door de arts wordt in Nederlandse grammatica’s ook wel het handelend voorwerp genoemd. In de zin de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken is de kunstenaar het grammaticale subject bij wil, maar het semantische subject bij werken.
Nederlandse term: lijdend voorwerp. Wie of wat ondergaat de handeling of werking van het verbum? In de relatie 'object bij' is het trefwoord het zogenaamde semantische of logische object bij het hoofdwerkwoord. In passieve zinnen verschijnt dat semantische of logische object als grammaticaal subject (zinssubject) van worden of zijn. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (object in actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld (door de arts) (grammaticaal subject in passieve zin)
De patiënt is in de passieve zin wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen ondergaat en blijft het zogenaamde logische of semantische direct object van dat verbum.
Nederlandse term: meewerkend voorwerp, e.d. Wie of wat is als ontvanger, belanghebbende of ondervinder betrokken bij de handeling of werking van het verbum? Er kunnen verschillende types indirect object
onderscheiden worden (zie Indirect object (taaladvies.net)
Deze zijn niet altijd gemakkelijk van elkaar te onderscheiden.
Nederlandse term: voorzetselvoorwerp. Het voorzetselobject of voorzetselvoorwerp is een aanvulling bij een verbum met een vaste prepositie. Adverbiale bepalingen kunnen ook ingeleid worden door een prepositie, maar in bepalingen zijn de preposities variabeler. Vergelijk:
hij wacht op zijn broer (voorzetselobject)
vs.
hij wacht op het perron, in de kamer, bij de ingang (bepaling van plaats)
Zegt iets over het subject of object in combinatie met het verbum. In de Nederlandse grammatica’s onderscheidt men een aantal zinsdelen die iets over het subject of object zeggen, met name het naamwoordelijk deel van het gezegde of predicaatsnomen bij copulae (koppelwerkwoorden) en de bepaling van gesteldheid bij zelfstandige verba. Voorbeelden:
hij is moe (naamwoordelijk deel van het gezegde)
het viel me zwaar (naamwoordelijk deel van het gezegde)
ik vind hem een schat (bepaling van gesteldheid)
hij werkt daar als portier (bepaling van gesteldheid)
Geeft antwoord op vragen als waar, wanneer, hoe, waarom, waarmee, ….?
Bijwoordelijke bepalingen kunnen in de zin vaak, maar niet altijd weggelaten worden. Vergelijk:
ze leest een boek in bed (weglaatbare of optionele bepaling)
vs.
ze woont in Brussel (niet-weglaatbare of niet-optionele bepaling)
Niet-optionele bepalingen worden ook wel complementen genoemd. Voor subtypes naar betekenis (bv. plaats, richting, …) zie: ANS | 20.10 Bijwoordelijke bepalingen (ivdnt.org). De subtypes worden hier in de regel niet onderscheiden, maar waar dat wel nodig is voor de overzichtelijkheid en het gebruiksgemak, doen we dat wel.
Zinsdelen kunnen niet alleen woorden of woordgroepen zijn, maar ook bijzinnen of beknopte bijzinnen (bijzinnen zonder subject en verbum finitum).
Voorbeelden:
ik accepteer dat het zo is (bijzin)
hij vroeg of we kwamen (bijzin)
ik weet wie het gedaan heeft (bijzin)
hij vroeg ons om te komen (beknopte bijzin)
hij probeerde te vluchten (beknopte bijzin)
Sommige verba worden vaker met (beknopte) bijzinnen gecombineerd dan andere.
Ook substantieven kunnen een (beknopte) bijzin als bepaling hebben:
een kind om te zoenen (beknopte bijzin)
De (beknopte) bijzinnen kunnen verschillende syntactische functies in een zin of zinsdeel vervullen (subject, object, bepaling, enz.). In ik accepteer dat het zo is, bijvoorbeeld, is dat het zo is een objectszin. Voor het maken van combinaties, is de functie hier minder van belang. Belangrijker is de juiste keuze van het inleidende woord (dat, of, om enz. ). Voor het gebruiksgemak geven we in deze rubriek daarom een overzicht per inleidend woord.
Nederlandse term: hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord. Een verbum auxiliare of hulpwerkwoord ‘helpt’ het hoofdwerkwoord in zinnen met meer dan een verbum. Het wordt onder andere gebruikt voor het uitdrukken van tijd, modaliteit (hoe ziet de spreker de verhouding tussen de mededeling en de werkelijkheid?), passief en causaliteit (het doen plaatsvinden van een handeling of werking). Behalve de verba die traditioneel tot de verba auxiliare gerekend worden, zijn er nog andere groepsvormende werkwoorden die een verbinding met het hoofdverbum aangaan, bijvoorbeeld proberen, vallen, beginnen. Zie ANS | 18.5.1.1 Groepsvorming bij werkwoorden (ivdnt.org) Voorbeelden:
verba auxiliare:
ik heb mij vergist (tijd)
hij is gekomen (tijd)
de patiënt is/wordt behandeld door de arts (passief)
je moet dat accepteren (modaliteit)
ik kan dat niet accepteren (modaliteit)
ik laat mijn huis schilderen (causaliteit)
de zon doet de temperatuur stijgen (causaliteit)
andere groepsvormende verba:
hij probeert te komen
dat valt te bezien
het begint te regenen
Alle verba kunnen vervoegd worden en veel verba kunnen gepassiveerd worden. De verba auxiliari van tijd worden getoond als u klikt op ‘vormen’. Hier vermelden we alleen de overige verba auxiliari en groepsvormende verba die opvallend vaak bij bepaalde verba voorkomen, bv. kunnen, moeten + accepteren.
Nederlandse term:
zelfstandig naamwoord
Nederlandse term: voornaamwoord
Nederlandse term: voorzetselgroep
voorbeeld
in + stad kamer …
op + platteland station
Nederlandse term: bijwoord
Nederlandse term: bijvoeglijk naamwoord
Nederlandse term: achterzetsel of achtergeplaatst voorzetsel: achterzetsel (wat is dat?) | Genootschap Onze Taal | Onze Taal
Nederlandse term: achterzetsel of achtergeplaatst voorzetsel: achterzetsel (wat is dat?) | Genootschap Onze Taal | Onze Taal
Determinatoren zijn o.a. lidwoorden (de, het, een) en woorden die een hoeveelheid uitdrukken (veel, wat, enkele). De lidwoorden worden gegeven bij de woordvormen naast het trefwoord. In deze lijst met determinatoren staan de overige determinatoren.
Nederlandse termen: voornaamwoord of telwoord
Nederlandse term: telwoord
woordgroep met een prepositie (voorzetsel) of conjunctie (voegwoord). Een conjunctiegroep is bv. een woordgroep ingeleid door als of zoals in vergelijkingen (werken als een paard, een waarheid als een koe).
Nederlandse termen: voorzetsel of voegwoord
Nederlandse termen: bijvoeglijk naamwoord, deelwoord of telwoord
Nederlandse termen: bijvoeglijk naamwoord of bijwoord. Adjectieven (bijvoeglijke naamwoorden) kunnen ook als bijwoordelijke bepaling bij een werkwoord gebruikt worden. We spreken dan van een [adverbiaal of bijwoordelijk gebruikt adjectief](https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans0802lingtopic.
Specificeert het trefwoord nader.
Specificeert het trefwoord nader.
Adpositiegroepen zijn woordgroepen met een prepositie (voorzetsel), postpositie (achterzetsel) of circumpositie (omzetsel):
op de trap (met prepositie/voorzetsel)
de trap op (met postpositie/achterzetsel)
van de trap af (met circumpositie/omzetsel)
Conjunctiegroepen worden ingeleid door een conjunctie (voegwoord). In de voorbeelden met conjunctie als:
werken als een paard
een waarheid als een koe
Adpositiegroepen zijn woordgroepen met een prepositie (voorzetsel), postpositie (achterzetsel) of circumpositie (omzetsel):
op de trap (met prepositie/voorzetsel)
de trap op (met postpositie/achterzetsel)
van de trap af (met circumpositie/omzetsel)
Conjunctiegroepen worden ingeleid door een conjunctie (voegwoord). In de voorbeelden met conjunctie als:
werken als een paard
een waarheid als een koe